Artikel van de week
Artikel van de week
Hoe kleurrijk is uw coachingpalet?
Management en Organisatie
Management en Organisatie
Zoek in de Management Executive Base
Management en Organisatie

Management en Organisatie

Management en OrganisatieM&O reflecteert op ontwikkelingen in het vakgebied van organisatie en management en richt zich op bewezen kennis, robuuste trends en doordachte en onderbouwde methodieken. Het tijdschrift heeft oog voor duurzaam ondernemen, verantwoord sociaal beleid, doeltreffend ondernemerschap en effectief management. M&O is een tijdschrift voor organisatieprofessionals, leidinggevenden, adviseurs en wetenschappers die de organisatiepraktijk tot hun vakgebied rekenen. Wetenschappers en praktijkbeoefenaars worden uitgenodigd om kennis en ervaringen te delen en de kloof te overbruggen tussen theorie en praktijk. M&O verschijnt zesmaal per jaar. De artikelen worden opgenomen in de M&O Base.

Nu in Management en Organisatie (Mei/juni 2010, nummer 3)

Ketensamenwerking: interne krachten bepalen het externe resultaat
Pionierende professionals belangrijker dan ambitieuze bestuurders
Pieterjan van Delden

In de publieke dienstverlening is ketensamenwerking in opkomst. Tussen zorginstellingen, welzijnsorganisaties, scholen en justitiële instanties ontstaan samenwerkingsverbanden, maar die leveren voor burgers vaak weinig op. Het beeld van stroperigheid en moeizame resultaten overheerst. Wat maakt die samenwerking zo lastig? Duidelijk is dat de externe resultaten van ketensamenwerking sterk afhankelijk zijn van de interne processen tussen de partners. De uitvoerende professionals moeten in overzichtelijke teams duurzame werkrelaties opbouwen. Dit ‘activisme' op de werkvloer heeft meer invloed op de uitkomsten van samenwerking dan sturing van bovenaf in de vorm van beleidsintenties, convenanten en financiële stimulansen. Om samenwerking tussen dienstverleners in de zorg, het onderwijs en de veiligheid effectief te maken is daarom een exploratieve ontwikkelingsstrategie nodig, die kansrijke situaties opzoekt en sociale energie tussen de partners losmaakt.

In het verleden behaalderesultaten bieden garantievoor de toekomst
Een casestudie van de operatie Centurion bij Philips
Luchien Karsten, Sjoerd Keulen, Ronald Kroeze en Rik Peters

Leiderschap en charisma staan als nooit tevoren in de belangstelling, maar is dat terecht? In dit artikel onderzoeken we de roemruchte Centurion-operatie, waarmee Jan Timmer het elektronicaconcern Philips tussen 1990 en 1996 reorganiseerde. Voor het eerst bereikten massaontslagen het vaste land van Europa, een schokgolf ging door Nederland. ‘Philips is op sterven na dood', meenden de vakbonden. Timmers optreden was doorslaggevend voor Centurion, maar niet origineel: buitenlandse voorbeelden, historische kennis van de organisatie en het optreden van diens voorgangers speelden eveneens een essentiële rol. Op grond van talrijke niet eerder geraadpleegde bronnen presenteren we in dit artikel een nieuwe kijk op Centurion.

Hoog betrouwbaar organiseren
Herman de Bruine, Peter Noordhoek en Jos Tjon Tam Pau

Er is het laatste decennium veel geïnvesteerd in risicomanagement en kwaliteitssystemen om organisaties betrouwbaarder te maken, maar het rendement is zelden zo hoog als vooraf gedacht. In dit artikel wordt het gedachtegoed van High Reliability Organizations (HRO's) beschreven. Dit zijn organisaties die zich in de beeldvorming en de praktijk geen tegenvallers kunnen veroorloven. De theorievorming rond HRO's wordt geschetst. Daarna wordt de toepasbaarheid van dit gedachtegoed onderzocht door een vorm van survey feedback tijdens een hbo-opleiding met middenkaderfunctionarissen van twee politiekorpsen. Kenmerkend voor HRO's is de grote aandacht voor de mentale instelling als bepalende factor voor betrouwbaarheid. Die aandacht voor de mentale instelling is niet voor niets. Zo is het een bekend gegeven dat de werkelijkheid van de werkvloer vaak anders is dan die van het management. Juist op middenkaderniveau is de spanning tussen beleid en regelgeving en de dagelijkse praktijk voelbaar. Het risico op gescheiden werkelijkheden wordt dan groot. De vraag die hier centraal staat is of het inzetten van het HRO-gedachtegoed helpt om hierover een constructief gesprek te hebben.

How We Learn
Boekbespreking door Leon Noij

Knud Illeris - How We Learn; learning and non-learning in school and beyond. - London: Routledge, 2007

In deze boekbespreking staat het boek How We Learn van Knud Illeris centraal. Met dit boek zet Illeris zijn volgroeide visie op leren uiteen in de vorm van een veelomvattend maar eenvoudig leermodel. Toen mij gevraagd werd How We Learn te bespreken was ik nog onbekend met deze auteur en zijn werk. Na lezing van dit boek verbaast het mij dat zijn naam in Nederland niet al veel grotere en bredere bekendheid geniet.


› terug naar de index

Colofon

Redactioneel beleid voor plaatsing van artikelen

M&O streeft naar een koppeling tussen theorie en praktijk.

Artikelen dienen te voldoen aan vier criteria:

  • Theoretische relevantie. Een artikel dient bij te dragen aan de theorievorming op het gebied van organisatie en management.
  • Praktijkrelevantie. Een artikel dient inzichten te geven die bij toepassing in de praktijk leiden tot nieuwe of meer effectieve acties (interventies).
  • Actuele en opiniërende informatie die relevant is voor de doelgroep.
  • Leesbaarheid.

Het voldoen aan de vier criteria vergt een combinatie van methodologische discipline en praktische betrokkenheid. We onderscheiden daarbij drie soorten artikelen: academisch onderzoek, interventieonderzoek en reflectie. We willen met deze driedeling bijdragen aan synthese van theorie, praktijk en onderzoek. Rolwisselingen over en weer zijn nodig. Synergie komt alleen tot stand als de onderzoeker bereid is een adviesrol op te pakken en de adviseur bereid is data te verzamelen en een onderzoekspet op te zetten.

Academisch onderzoek
Dit artikel draagt bij aan theorievorming en praktijk op basis van onderzoek dat geïnitieerd is door de university-based onderzoeker. De opbouw is vaak als volgt:

  • inleiding;
  • theoretisch kader;
  • onderzoeksmethode;
  • analyse en resultaten;
  • discussie en conclusie;
  • beperkingen en toekomstig onderzoek;
  • praktijkimplicaties.

De statistische gegevens van het onderzoek worden in een bijlage opgenomen.

Interventieonderzoek
Dit artikel draagt bij aan theorievorming en praktijk op basis van onderzoek dat geïnitieerd is door de cliënt en met hoge betrokkenheid van de cliënt is uitgevoerd door een onderzoeker/adviseur. Het artikel illustreert, concretiseert en valideert een interventietheorie (actieregels, doe-uitspraken). Het beschrijft op welke kennis de interventie is gebaseerd en tot welke kennis en begripsverheldering we komen dankzij het onderzoek naar de gepleegde interventie(s). De opbouw van het artikel kan als volgt zijn:

  • inleiding – wat is het probleem, wie initieert het project en waarom, wat is de betrokkenheid van subject/cliënt, wat is de betrokkenheid van de adviseur/onderzoeker;
  • theoretisch kader – keuze, ontwerp en veronderstellingen van de interventie;
  • onderzoeksmethode – hoe zijn de data verzameld, liefst vanuit meerdere perspectieven, dus niet alleen de observaties en interpretaties van de adviseur;
  • analyse – van de uitgangssituatie, van de interacties tijdens de interventie en van de uitkomsten voor individuen en organisatie;
  • discussie en conclusie – over effectiviteit en reproduceerbaarheid van de actie/interventie en over de onderliggende mechanismen die de interventie tot uitkomsten doen leiden;
  • beperkingen en toekomstig onderzoek.

Ook bij deze categorie artikelen mogen een literatuurverwijzing en theoretische verankering niet ontbreken.

Reflectieartikelen
Elk nummer bevat een katern Reflectie. Hiervoor gelden dezelfde criteria als boven genoemd met dien verstande dat theoretische relevantie impliceert dat het gaat om een zodanige beschrijving van ervaringen en reflectie dat het aansluit bij theoretische kaders die voor anderen eveneens van betekenis zijn, waarbij de ervaringen en reflecties generaliseerbaar en navolgbaar zijn en voorzien zijn van een voldoende mate van zelfkritiek.

Reviewprocedure
De voltallige redactie is verantwoordelijk voor de beoordeling. Het oordeel kan afwijzend zijn, positief of voorwaardelijk. In het geval van een voorwaardelijke beoordeling wordt de auteur uitgenodigd om het artikel te herzien volgens de aanwijzingen van de redactie en het opnieuw aan te bieden. Het eindoordeel van de redactie is definitief. In de regel ontvangen de auteurs binnen twee maanden bericht over de beoordeling van hun artikelen. Behoudens in het geval van themanummers kunnen geen toezeggingen worden gedaan over het nummer waarin een goedgekeurd artikel zal worden opgenomen. De beoordelingsprocedure is als volgt. Alle artikelen komen binnen bij het redactiesecretariaat. Het secretariaat verwijdert de auteursnaam en verstuurt de artikelen naar alle redactieleden, waarbij één redactielid de voorzet krijgt toegewezen. Ieder redactielid krijgt per artikel een beoordelingsformulier waarop hij zijn commentaar noteert. Degene die de voorzet heeft, opent de discussie in de redactie. Elk redactielid geeft vervolgens zijn mening. Dan trekt de redactie de conclusie in termen van ja, ja, mits, nee, tenzij en afwijzen. Degene die de voorzet heeft, koppelt schriftelijk terug naar de auteur, van wie hij de naam pas hoort nadat de conclusie getrokken is. Wij streven naar een zodanig samengestelde redactie dat wij het hele vakgebied kunnen beoordelen. Dat lukt natuurlijk nooit honderd procent. Indien de redactie aarzelt over de strekking en de validiteit van de conclusies van een artikel, wordt een externe referee ingeschakeld. We benaderen dan degene die in Nederland de expert is op het onderwerp van het artikel.

Richtlijnen voor schrijven artikel
  • Lever de tekst aan per e-mail: greimert@kluwer.nl. Contactpersonen: Gerri Reimert, 0570-648952 en Everdien ten Zijthof, 0570-648866.
  • De maximumlengte van een artikel is 5.000 woorden.
  • In M&O wordt de voorkeurspelling zoals aangegeven in de Woordenlijst Nederlandse taal aangehouden. Auteurs wordt verzocht de tekst op schrijffouten te controleren met behulp van een spellingscontrole.
  • Artikelen ter beoordeling aangeboden aan de M&O-redactie mogen niet eerder in het Nederlands zijn gepubliceerd of op hetzelfde moment in behandeling zijn bij de redactie van een ander tijdschrift. Dit geldt ook indien het sterk gelijkende artikelen betreft.
  • Bij het artikel dient u een korte introductie te schrijven van ongeveer 100-150 woorden die uitnodigt tot lezen. Deze introductie komt vóór de inleiding of eerste paragraaf.
  • Geeft u in de inleidende paragraaf ten minste het volgende aan: de aanleiding voor de auteur van het artikel; de probleemstelling en/of boodschap; waarom het onderwerp interessant is voor de lezers van het tijdschrift; de rode draad in het betoog, ofwel de opbouw naar paragrafen; in voorkomende gevallen: de gehanteerde onderzoeksopzet.
  • Als er een casus wordt beschreven, geven we er de voorkeur aan om die met naam en toenaam te noemen. Als er redenen zijn voor anonimiseren, is dat toegestaan.
  • Neem figuren en tabellen niet op in de lopende tekst, maar plaats ze op afzonderlijke paginas achter de hoofdtekst. Verwijs in de tekst naar de figuren en tabellen (bijvoorbeeld [figuur 1 ongeveer hier]). N.B. Verzekert u zich zelf van toestemming voor het gebruiken van al eerder gepubliceerd materiaal (met bronvermelding).
  • Bedenk dat figuren dienen ter verduidelijking van de tekst. Zorg er dus voor dat zowel de figuren zelf als de tekst binnen de figuren voldoende groot en duidelijk zijn weergegeven. Wees terughoudend in het gebruik van kleuren en grijswaarden in de figuren, aangezien deze in gedrukte vorm niet altijd goed overkomen.
  • Als uw artikel wordt geplaatst, dient u bij de uiteindelijke versie een duidelijke pasfoto (kan ook digitaal worden aangeleverd; minimaal 300 pixels/inch) en een Engelstalige samenvatting te voegen. Ook moet bij de uiteindelijke versie een aparte pagina worden gevoegd met de volgende gegevens: naam met titulatuur, functie, instelling waar u werkzaam bent (indien van toepassing), contactadres, telefoon- en faxnummer, eventueel e-mailadres en, indien van belang voor onze lezers, voorgaande functies, verschenen publicaties en opleiding. De auteursgegevens dienen niet meer dan 100 woorden te beslaan.

Noten en literatuurverwijzingen
Vermijd noten en andere aantekeningen zoveel mogelijk. Het betoog moet uit de tekst duidelijk worden. Als noten toch niet te vermijden zijn, moeten de cijfers in superschrift in de tekst verwerkt worden. De noten dienen als normale tekst achter het artikel getypt te worden.

Een korte literatuurlijst kan aan het eind van een artikel worden opgenomen. De titels worden alfabetisch gerangschikt op de achternaam van de (eerste) auteur.

Structuur van de literatuurlijst

Boek: Argyris, Chris - Strategy , c hange and defensive routines . - Boston : Pitman, 1985

Tijdschriftartikel: Bos, René ten - Goeroes en adviseurs: modieuze volksfilosofen. - In: M&O : Tijdschrift voor Management en Organisatie 54 (2000) 5 (september-oktober) p. 13-36

Redactiewerk: Kubr, Milan (red.) - Management consulting : a guide to the profession . - 3e dr. - Genève : International Labour Office, 1996

Artikel in bundel: Höpfl, H., en S. Linstead - Passion and performance : suffering and the carrying of organizational roles. - In: S. Fineman (ed.) - Emotion in organizations . - Londen : Sage, 1993, p. 76-93

Presentexemplaren
Van elk verschenen artikel of boekbespreking ontvangt de auteur of ontvangen de auteurs twee exemplaren.


› terug naar de index

Doelstelling en Missie

M&O draagt bij aan het begrijpen en hanteren van vraagstukken in management en organisatie.
M&O publiceert gedegen, uitdagende en goed onderbouwde artikelen die bijdragen aan de organisatiepraktijk in de publieke en private sector. M&O richt zich op bundeling en verspreiding van kennis over organiseren, veranderen, innoveren, interveniëren, ondernemen, adviseren en leren.

M&O is een tijdschrift voor organisatieprofessionals, leidinggevenden, adviseurs en wetenschappers die de organisatiepraktijk tot hun vakgebied rekenen. Wetenschappers en praktijkbeoefenaars worden uitgenodigd om kennis en ervaringen te delen en de kloof te overbruggen tussen theorie en praktijk.

M&O stimuleert de wisselwerking tussen theorie en praktijk in de overtuiging dat niets zo praktisch is als een goede theorie. Tegelijkertijd geldt dat er niets zo theoretisch is als een op evidentie gebaseerde praktijk. M&O vervult een brugfunctie tussen theorie en praktijk. M&O biedt bruikbare en actuele kennis en methodieken aan op het terrein van organisatie en management. Het tijdschrift stimuleert praktijkbeoefenaars in hun reflectie op het eigen handelen en nodigt hen uit om ervaringen te delen. Het tijdschrift daagt wetenschappers uit om kennis en methoden te delen en te toetsen aan de praktijk.

M&O is een multidisciplinair tijdschrift waarin verschillende gezichtspunten samenkomen.
Het tijdschrift richt zich specifiek op theoretische, methodologische en praktijkrelevante artikelen. Artikelen zijn welkom vanuit bedrijfskunde, bestuurskunde, organisatiekunde, veranderkunde, informatiekunde, onderwijskunde, en evenzeer vanuit sociale wetenschappen, personeelswetenschappen, economische wetenschappen, bedrijfswetenschappen, politieke wetenschappen, gedragswetenschappen en communicatiewetenschappen.

M&O is gedegen, onafhankelijk, kritisch en maatschappelijk betrokken.
Het tijdschrift reflecteert op ontwikkelingen in het vakgebied van organisatie en management, en richt zich op bewezen kennis, robuuste trends en doordachte en onderbouwde methodieken. Het tijdschrift draagt niet bij aan vluchtige hypes en ook niet aan oppervlakkige managementmethoden. Het tijdschrift heeft oog voor duurzaam ondernemen, verantwoord sociaal beleid, doeltreffend ondernemerschap en effectief management.

M&O is een ontmoetingsruimte voor wetenschappers en organisatieprofessionals.
M&O is meer dan een tijdschrift. Op de M&O‑website kunnen lezers artikelen raadplegen, discussies starten en kennis uitwisselen. Jaarlijks is er op de laatste vrijdag van juni een M&O‑congres waarin actuele thema's worden uitgediept en praktijkbeoefenaars en wetenschappers met elkaar in gesprek kunnen, en kennis en ervaringen kunnen delen.
› terug naar de index

Richtlijnen voor auteurs

Redactioneel beleid voor plaatsing van artikelen

M&O streeft naar een koppeling tussen theorie en praktijk.

Artikelen dienen te voldoen aan vier criteria:

  • Theoretische relevantie. Een artikel dient bij te dragen aan de theorievorming op het gebied van organisatie en management.
  • Praktijkrelevantie. Een artikel dient inzichten te geven die bij toepassing in de praktijk leiden tot nieuwe of meer effectieve acties (interventies).
  • Actuele en opiniërende informatie die relevant is voor de doelgroep.
  • Leesbaarheid.

Het voldoen aan de vier criteria vergt een combinatie van methodologische discipline en praktische betrokkenheid. We onderscheiden daarbij drie soorten artikelen: academisch onderzoek, interventieonderzoek en reflectie. We willen met deze driedeling bijdragen aan synthese van theorie, praktijk en onderzoek. Rolwisselingen over en weer zijn nodig. Synergie komt alleen tot stand als de onderzoeker bereid is een adviesrol op te pakken en de adviseur bereid is data te verzamelen en een onderzoekspet op te zetten.

Academisch onderzoek
Dit artikel draagt bij aan theorievorming en praktijk op basis van onderzoek dat geïnitieerd is door de university-based onderzoeker. De opbouw is vaak als volgt:

  • inleiding;
  • theoretisch kader;
  • onderzoeksmethode;
  • analyse en resultaten;
  • discussie en conclusie;
  • beperkingen en toekomstig onderzoek;
  • praktijkimplicaties.

De statistische gegevens van het onderzoek worden in een bijlage opgenomen.

Interventieonderzoek
Dit artikel draagt bij aan theorievorming en praktijk op basis van onderzoek dat geïnitieerd is door de cliënt en met hoge betrokkenheid van de cliënt is uitgevoerd door een onderzoeker/adviseur. Het artikel illustreert, concretiseert en valideert een interventietheorie (actieregels, doe-uitspraken). Het beschrijft op welke kennis de interventie is gebaseerd en tot welke kennis en begripsverheldering we komen dankzij het onderzoek naar de gepleegde interventie(s). De opbouw van het artikel kan als volgt zijn:

  • inleiding – wat is het probleem, wie initieert het project en waarom, wat is de betrokkenheid van subject/cliënt, wat is de betrokkenheid van de adviseur/onderzoeker;
  • theoretisch kader – keuze, ontwerp en veronderstellingen van de interventie;
  • onderzoeksmethode – hoe zijn de data verzameld, liefst vanuit meerdere perspectieven, dus niet alleen de observaties en interpretaties van de adviseur;
  • analyse – van de uitgangssituatie, van de interacties tijdens de interventie en van de uitkomsten voor individuen en organisatie;
  • discussie en conclusie – over effectiviteit en reproduceerbaarheid van de actie/interventie en over de onderliggende mechanismen die de interventie tot uitkomsten doen leiden;
  • beperkingen en toekomstig onderzoek.

Ook bij deze categorie artikelen mogen een literatuurverwijzing en theoretische verankering niet ontbreken.

Reflectieartikelen
Elk nummer bevat een katern Reflectie. Hiervoor gelden dezelfde criteria als boven genoemd met dien verstande dat theoretische relevantie impliceert dat het gaat om een zodanige beschrijving van ervaringen en reflectie dat het aansluit bij theoretische kaders die voor anderen eveneens van betekenis zijn, waarbij de ervaringen en reflecties generaliseerbaar en navolgbaar zijn en voorzien zijn van een voldoende mate van zelfkritiek.

Reviewprocedure
De voltallige redactie is verantwoordelijk voor de beoordeling. Het oordeel kan afwijzend zijn, positief of voorwaardelijk. In het geval van een voorwaardelijke beoordeling wordt de auteur uitgenodigd om het artikel te herzien volgens de aanwijzingen van de redactie en het opnieuw aan te bieden. Het eindoordeel van de redactie is definitief. In de regel ontvangen de auteurs binnen twee maanden bericht over de beoordeling van hun artikelen. Behoudens in het geval van themanummers kunnen geen toezeggingen worden gedaan over het nummer waarin een goedgekeurd artikel zal worden opgenomen. De beoordelingsprocedure is als volgt. Alle artikelen komen binnen bij het redactiesecretariaat. Het secretariaat verwijdert de auteursnaam en verstuurt de artikelen naar alle redactieleden, waarbij één redactielid de voorzet krijgt toegewezen. Ieder redactielid krijgt per artikel een beoordelingsformulier waarop hij zijn commentaar noteert. Degene die de voorzet heeft, opent de discussie in de redactie. Elk redactielid geeft vervolgens zijn mening. Dan trekt de redactie de conclusie in termen van ja, ja, mits, nee, tenzij en afwijzen. Degene die de voorzet heeft, koppelt schriftelijk terug naar de auteur, van wie hij de naam pas hoort nadat de conclusie getrokken is. Wij streven naar een zodanig samengestelde redactie dat wij het hele vakgebied kunnen beoordelen. Dat lukt natuurlijk nooit honderd procent. Indien de redactie aarzelt over de strekking en de validiteit van de conclusies van een artikel, wordt een externe referee ingeschakeld. We benaderen dan degene die in Nederland de expert is op het onderwerp van het artikel.

Richtlijnen voor schrijven artikel
  • Lever de tekst aan per e-mail: greimert@kluwer.nl (Gerri Reimert). Telefoon 0570-648952 of 0570-648866 (Everdien ten Zijthof).
  • De maximumlengte van een artikel is 5.000 woorden.
  • In M&O wordt de voorkeurspelling zoals aangegeven in de Woordenlijst Nederlandse taal aangehouden. Auteurs wordt verzocht de tekst op schrijffouten te controleren met behulp van een spellingscontrole.
  • Artikelen ter beoordeling aangeboden aan de M&O-redactie mogen niet eerder in het Nederlands zijn gepubliceerd of op hetzelfde moment in behandeling zijn bij de redactie van een ander tijdschrift. Dit geldt ook indien het sterk gelijkende artikelen betreft.
  • Bij het artikel dient u een korte introductie te schrijven van ongeveer 100-150 woorden die uitnodigt tot lezen. Deze introductie komt vóór de inleiding of eerste paragraaf.
  • Geeft u in de inleidende paragraaf ten minste het volgende aan: de aanleiding voor de auteur van het artikel; de probleemstelling en/of boodschap; waarom het onderwerp interessant is voor de lezers van het tijdschrift; de rode draad in het betoog, ofwel de opbouw naar paragrafen; in voorkomende gevallen: de gehanteerde onderzoeksopzet.
  • Als er een casus wordt beschreven, geven we er de voorkeur aan om die met naam en toenaam te noemen. Als er redenen zijn voor anonimiseren, is dat toegestaan.
  • Neem figuren en tabellen niet op in de lopende tekst, maar plaats ze op afzonderlijke paginas achter de hoofdtekst. Verwijs in de tekst naar de figuren en tabellen (bijvoorbeeld [figuur 1 ongeveer hier]). N.B. Verzekert u zich zelf van toestemming voor het gebruiken van al eerder gepubliceerd materiaal (met bronvermelding).
  • Bedenk dat figuren dienen ter verduidelijking van de tekst. Zorg er dus voor dat zowel de figuren zelf als de tekst binnen de figuren voldoende groot en duidelijk zijn weergegeven. Wees terughoudend in het gebruik van kleuren en grijswaarden in de figuren, aangezien deze in gedrukte vorm niet altijd goed overkomen.
  • Als uw artikel wordt geplaatst, dient u bij de uiteindelijke versie een duidelijke pasfoto (kan ook digitaal worden aangeleverd; minimaal 300 pixels/inch) en een Engelstalige samenvatting te voegen. Ook moet bij de uiteindelijke versie een aparte pagina worden gevoegd met de volgende gegevens: naam met titulatuur, functie, instelling waar u werkzaam bent (indien van toepassing), contactadres, telefoon- en faxnummer, eventueel e-mailadres en, indien van belang voor onze lezers, voorgaande functies, verschenen publicaties en opleiding. De auteursgegevens dienen niet meer dan 100 woorden te beslaan.

Noten en literatuurverwijzingen
Vermijd noten en andere aantekeningen zoveel mogelijk. Het betoog moet uit de tekst duidelijk worden. Als noten toch niet te vermijden zijn, moeten de cijfers in superschrift in de tekst verwerkt worden. De noten dienen als normale tekst achter het artikel getypt te worden.

Een korte literatuurlijst kan aan het eind van een artikel worden opgenomen. De titels worden alfabetisch gerangschikt op de achternaam van de (eerste) auteur.

Structuur van de literatuurlijst

Boek: Argyris, Chris - Strategy , c hange and defensive routines . - Boston : Pitman, 1985

Tijdschriftartikel: Bos, René ten - Goeroes en adviseurs: modieuze volksfilosofen. - In: M&O : Tijdschrift voor Management en Organisatie 54 (2000) 5 (september-oktober) p. 13-36

Redactiewerk: Kubr, Milan (red.) - Management consulting : a guide to the profession . - 3e dr. - Genève : International Labour Office, 1996

Artikel in bundel: Höpfl, H., en S. Linstead - Passion and performance : suffering and the carrying of organizational roles. - In: S. Fineman (ed.) - Emotion in organizations . - Londen : Sage, 1993, p. 76-93

Presentexemplaren
Van elk verschenen artikel of boekbespreking ontvangt de auteur of ontvangen de auteurs twee exemplaren.


› terug naar de index

Nieuwsbrief

Wekelijks praktische managementinformatie en tips voor uw persoonlijke ontwikkeling

> aanmelden

8 september 2010

WC-BORSTEL

Voor mensen die er hun hele leven hebben gewoond, valt aan Nederland waarschi... › Meer

Congres

Congres

17 november 2010 - Business Model Generatie Event 2010

Vertrouwen op bestaande businessmodel kan niet meer. Dr. Alexander Osterwalder, Patrick van der Pijl en Camilla van den Boom nemen u mee op een reis door het landschap van businessmodellen. Ze laten zien waar business modeling over gaat en wat het voor uw organisatie kan betekenen.

Tot 18 september 10% vroegboekkorting! › Meer
17 november 2010 - Business Model Generatie Event 2010

Puzzel

Puzzel
Deze sudoku houdt u wel even bezig, maar dan maakt u ook kans op het boek 'Een betere balans tussen voelen, denken en doen' › Naar de puzzel
Sudoku
Kluwer Research Base